Als je faalt, dan is dat je eigen schuld toch? Nou nee want…

Deze maand zagen we dat GroenLinks alle 18-jarigen 10000 euro “startkapitaal” wil geven. Daarnaast zagen we ook dat de PvdA geleerd heeft van de implicaties van het leenstelsel en haar handen er nu van af trekt. De PvdA wil terug naar de basisbeurs. Is dat hypocriet? Nee, men is wijs als men kan reflecteren op zijn daden. De PvdA is tenminste ruimdenkend genoeg om haar opvattingen bij te draaien als de feiten dat rechtvaardigen. Dit zijn voorstellen voor gelijkere kansen in het vervolgonderwijs, maar hoe zit het met de basis?

Sinds het begin van deze eeuw is de kansenongelijkheid enorm toegenomen. Kinderen van ouders met een lage opleiding presteren steeds slechter vergeleken met kinderen van ouders met een hoge opleiding. Dit is een ernstige ontwikkeling omdat wij als sociaaldemocraten willen dat alle kinderen dezelfde kans krijgen om het beste uit hun leven te halen. Waar je geboren bent en wat je ouders hebben gedaan hoort geen rol te spelen voor jouw ontwikkeling.

Vaak hoor je: “Iedereen krijgt dezelfde kans om hetzelfde te bereiken in Nederland en als je faalt, dan is dat je eigen schuld toch?

Vaak hoor je: “Iedereen krijgt dezelfde kans om hetzelfde te bereiken in Nederland en als je faalt, dan is dat je eigen schuld toch?”. Nou nee want wat als je met een achterstand begint omdat je pas op je vierde Nederlands leert? Of wat als je bijles nodig hebt, maar je ouders daar geen geld voor hebben? Ondertussen spijkert de rest van de klas wel hun wiskunde bij d.m.v. dure bijles. Een examentraining kost al gauw 300-400 euro. Kinderen uit een arm gezin zullen vaak niet de gelegenheid hebben om daaraan deel te nemen.

In 2019 hebben de leraren veelvuldig gestaakt, dat probleem is overal aanwezig, toch? Nou nee want op scholen in kwetsbare wijken waar kinderen meer kans hebben op een achterstand is het lerarentekort groter dan op andere scholen. Als jouw ouders rijk zijn, dan kunnen ze privé onderwijs betalen dat zomaar 20000 euro per jaar kan kosten. Het kind krijgt dan wel veel begeleiding en les in kleine groepen. Ondertussen staat een leraar in een school in een kwetsbare wijk voor 30-40 leerlingen die vaak een achterstand hebben en thuis kampen met een lage sociaaleconomische situatie. Dan heb ik nog niet genoemd dat kinderen van lager opgeleide ouders, twee keer vaker een te laag schooladvies krijgen. Daarentegen eisen ouders die hoogopgeleid zijn vaker dat hun kind een hoger advies krijgt, vaak werkt dit nog ook.

Dus krijgt iedereen in Nederland een gelijke kans om hetzelfde te bereiken?  Helaas nog niet, maar we kunnen er wat aan doen. Op dit moment zien sommige ouders de reden niet of hebben geen geld om hun kind naar de peuterspeelzaal te sturen. De overheid zou de toegang tot de peuterspeelzaal en kinderopvang voor kinderen van ouders met een laag inkomen en opleidingsniveau makkelijker kunnen maken door ze nog meer financieel te helpen. Hierbij ook die ouders goed informeren over de noodzaak ervan om taalachterstanden te voorkomen. Daarnaast horen basisschoolklassen niet propvol te zitten, dus hebben we meer leraren nodig. De waardering en salaris voor deze helden moet omhoog. Bovendien moet elk kind zeker zijn van een extra steuntje in rug als die dat nodig heeft. Elke leerling hoort recht te hebben op huiswerkbegeleiding en bijles. Daarom zou de overheid de kinderen wiens ouders bijles niet kunnen betalen, financieel moeten ondersteunen. Wat ook kan, is als overheid investeren in bijles vanuit scholen zodat die scholen zelf maatwerk kunnen bieden aan leerlingen met een achterstand. Tot slot zouden kinderen op een later moment dan nu het geval is, hun schooladvies moeten krijgen, omdat hoe jonger je bent, hoe minder lang je op school gezeten hebt en dus hoe bepalender de factor is van de achterstand waarmee je begon.

Kortom, als je faalt, is dat goed te verklaren door het feit dat je niet de beschikking hebt tot alle hulpmiddelen die bevoorrechte kinderen wel hebben gekregen. De plek waar je geboren wordt is wel degelijk bepalend. De overheid zou kinderen uit gezinnen wiens ouders minder te besteden hebben en lager opgeleid zijn, meer moeten helpen. De welvarende, hoogopgeleide gezinnen zijn meestal wel in staat om hun kinderen het beste te geven. Pas als de kinderen uit armere en lager opgeleide gezinnen extra ondersteuning krijgen van de overheid, dan pas krijgen ze dezelfde gelijke kans als kinderen uit rijke en hoogopgeleide gezinnen. Dus om gelijke kansen te creëren moeten we verschillende kinderen in verschillende mate helpen.

Categorieën: Opinie

Doe mee