Essay – Volgende Halte: Binnenhof

Ons lid Florentine Zarks schreef een essay. Volgende Halte: Binnenhof. Tweede prijs bij de Willem Dreeslezing. Zeker het lezen waard!

Florentine Zarks

Volgende halte: Binnenhof!

U kent het wel, het moment dat u of één van uw kinderen te horen krijgt of zij een ‘studie mogen volgen’ of een ‘opleiding mogen doen’. Elk jaar is het niet anders; trots, euforie, jaloezie en teleurstellingen worden al dan niet bewust meegestuurd met de basisschooladviezen en cito-scores. Adviezen gelijk aan stempels, stempels die besluiten of je laag- of hoogopgeleid bent, en waar in sommige gevallen dat stempel nog snel even voor een ander ingeruild kan worden…

Studenten van verschillende onderwijsniveaus bezetten dagelijks coupés van treinen of zorgen voor overvolle trams. Deze hectische ochtenden zijn een gegeven voor Nederland om trots op te zijn. Maar tegelijkertijd is er een keerzijde aan deze bijeenkomst van diversiteit, het is helaas het enige contactmoment tussen studenten van de verschillende onderwijsniveaus. In Rotterdam is het niet anders. ‘s Ochtends bezetten studenten vaak metrolijn A,B, C en D. Toen ik nog een mbo’er was reisde ik van metrohalte Beurs naar Alexandrium waar twee grote locaties van het ROC Zadkine en ROC Albeda gevestigd zijn. Tijdens deze reis passeerden wede halte Kralingse Zoom. Kralingse Zoom was voor veel mbo’ers niet zomaar een halte maar een halte waar zij misschien, na hard werken, ook ooit uit mochten stappen. Om zich vervolgens te ontdoen van het stempel ‘laagopgeleid’. Ik hoor u al denken, waarschijnlijk zit daar een Hogeschool of een Universiteit. Inderdaad dat klopt. Wanneer de halte van aankomst nadert stappen enkele studenten uit en worden de stempels zichtbaar.
Uitstappen bij Kralingse Zoom als student staat gelijk aan succes en Alexandrium stond gelijk aan onzekerheden.

De afgelopen jaren hebben we vaak genoeg gelezen hoe de kloof in het onderwijs bedreigend is voor de inclusieve samenleving en uiteindelijk voor de democratie. Dan gaat het vaak over de vraag: waarom zijn lager opgeleiden cynisch over de politiek en maatschappij? Maar volgens mij is het omgekeerde nog bedreigender voor de democratie, namelijk: zijn de politiek en maatschappij niet te cynisch over de lager opgeleiden?

Het wantrouwen jegens de overheid en maatschappij is het grootst bij de relatief laagopgeleide, onkerkelijke lagere middenklassen. Dit is bijna een derde van de bevolking1. Deze maatschappelijke polarisatie is een diepgeworteld probleem. De parlementaire democratie, voor meer dan 90% bestaande uit academici met een bul of tenminste een vwo-diploma op zak, is hier één van de oorzaken van. Politici zijn in de constante veronderstelling dat laagopgeleiden weinig tot geen interesse hebben in politiek of de maatschappij. Dit terwijl de desinteresse vanuit de politiek naar de laagopgeleiden vele malen hoger is. Is het bijvoorbeeld niet tekenend dat de Willem Drees-lezing van dit jaar, die gaat over de kloof in het onderwijs, uitgesloten is voor mbo’ers?

De maatschappelijke polarisatie tussen hoger en lager opgeleiden loopt niet langs dezelfde scheidslijn als die tussen rechts en linkse kiezers. Het is niet zo dat hoger opgeleiden alleen maar op rechtse partijen stemmen en lager opgeleiden alleen maar op linkse partijen. De electorale scheidslijn loopt tussen populistische partijen en de gevestigde orde. “Jarenlang zijn een aantal van de zorgen en politieke voorkeuren van de lager en middelbaar opgeleide
kiezers genegeerd door de meer kosmopolitische kaders van de traditionele partijen”, zo stelt Mark Bovens in zijn boek ‘De Diplomademocratie’. De opkomst van populistische partijen heeft gezorgd voor een mobilisatie van de lager opgeleide kiezer. Waar deze groep zich niet herkende in de gevestigde partijen, voelde zij zich wel gehoord en vertegenwoordigd door meer populistische partijen.

Er kan dus gesteld worden dat de politieke desinteresse in lager opgeleiden en het mbo zich vertaald heeft naar de huidige kloof tussen hoger en lager opgeleiden. Deze kloof heeft zich helaas niet beperkt tot de politiek maar heeft zich uitgebreid tot de samenleving. Zoals eerder gesteld komen hoger en lager opgeleiden elkaar alleen nog maar tegen tijdens het gebruik van het openbaar vervoer wat op latere leeftijd nog een sporadisch geval zal zijn door het gebruik van leaseauto’s of eigenvervoer. Kinderen van lager opgeleiden dreigen met steeds meer achterstand op jongere leeftijd de maatschappij te betreden. “We leven in een meritocratie,
een hoge opleiding is belangrijker dan ooit. Daardoor wordt er zoveel buiten het onderwijs gecompenseerd – met huiswerkbegeleiding en private scholen als Luzac – dat als je niet uitkijkt het echte onderwijs in de schaduw plaatsvindt en de gewone scholen er alleen nog maar zijn voor de kansarmen.” aldus minister Jet Bussemaker2. De vervreemding van kinderen die op zulke verschillende scholen zitten legt dus in zeker zin de basis voor een nieuwe polarisatiegolf.

Lager opgeleiden zien zichzelf niet vertegenwoordigd in de politieke arena’s en politici (h)erkennen de behoefte van lager opgeleiden niet. Zou het niet mooi zijn als we in de toekomst de stempels laag en hoog opgeleid kunnen overstijgen en dat elke Nederlandse burger ongeacht het opleidingsniveau bij de halte Binnenhof uit kan stappen. Onderwijs moet voor een goede start op de arbeidsmarkt zorgen en het fundament leggen voor een leven lang leren. Studenten onderwijzen is de kunst van diamanten slijpen, de kunst om met het kostbaarste materiaal, heel langzaam en voorzichtig iets moois te maken.

Bronnen:
1. Mark Bovens, A. W. (2011). De Diplomademocratie: Over de spanning tussen meritocratie en democratie. Bert Bakker
2. http://www.trouw.nl/tr/nl/4556/Onderwijs/article/detail/4172352/2015/10/28/Bussemaker-vreest-grotere-kloof-rijk-en-arm.dhtml

Categorieën: Gast Column, Onderwijs, Opinie

Doe mee

De Jonge Socialisten in de PvdA is de politieke jongerenorganisatie van de Partij van de Arbeid. Voor slechts €5 ben je een jaar lid!

Ik wil lid worden!
Ik wil meer weten
Jonge Socialisten in de PvdA