Geen acreatieve woorden maar creatieve daden

De afgelopen jaren heeft de kunstsector in Rotterdam het zwaar te verduren gehad. Vele creatievelingen zijn meer bezig geweest om de touwtjes aan elkaar vast te knopen, in plaats van het belangrijkste: kunst scheppen. 21 maart komt eraan en er is veel om te kiezen, te bepalen en natuurlijk te verdelen. Kunst is belangrijk en zeker in zo een grijze stad als Rotterdam. Of het nou gaat om muurschilderingen, schilderijen in musea of een wijktheater, creatievelingen moeten de ruimte krijgen om zich te uiten. Maar wat hebben deze creatievelingen nodig van de politiek? Op die vraag ga ik doormiddel van een aantal interviews een antwoord proberen te vinden.

Kunst en Cultuur

In 2016 publiceerde de SER en Raad voor Cultuur de Verkenning Arbeidsmarkt Culturele sector. Hieruit bleek dat er een steeds verslechterende situatie dreigt voor de creatievelingen in de culturele sector. Dit komt door de combinatie van dalende werkgelegenheid, groeiende werkloosheid, een slechte onderhandelingspositie van werkenden en een groeiende aantal ZZP’ers zonder sociale zekerheid.

De culturele sector produceert belangrijke economische, maatschappelijke en intrinsieke waarden die belangrijk zijn voor de gehele maatschappij. De gemeente is dan ook verantwoordelijk voor het goed functioneren van deze sector. Daarom is het ook belangrijk dat de overheid zorgt voor een gezonde arbeidsmarkt van deze sector.

De economie van de creatieve sector is bijzonder te noemen, aangezien het anders in elkaar steekt dan bij andere sectoren. Zo zijn vraag en aanbod niet gelijk aan elkaar, doordat kunst en cultuur vaak wordt geproduceerd zonder dat daar directe vraag naar is. Door deze bijzondere kenmerken is het volgens de raden noodzakelijk dat de overheid, sociale partners en andere belanghebbenden zich inzetten voor een gezonde arbeidsmarkt.

Aanbevelingen van de raden

Er is volgens de raden niet een allesomvattende oplossing te bedenken voor al deze problemen, maar er zijn wel degelijk een aantal ‘oplossingsrichtingen’ te bedenken met als doel om de zelfredzaamheid en de weerbaarheid van de werkenden, werkgevers, opdrachtgevers en de culturele sector te vergroten.

Bijeenkomst PvdA rond verbetering arbeidsmarktpositie kunstenaars

Tegen de achtergrond van bovenvermelde ontwikkelingen, vond raadslid Co Engberts het noodzakelijk om een bijeenkomst met een aantal kunstenaars en enkele prominente mensen  uit de culturele sector. Hij deed dit, met als doel zijn kennis en inzet als raadslid voor de kunstsector te verbeteren.

Belangenorganisaties kunstsector aan het woord

Allereerst werden de problemen binnen de kunstsector benoemd. Het eerste probleem is verwerven van een vast inkomen. Het tweede probleem is dat het regionaal beleid teveel gefocust is op grote instellingen.

Het cultuurbeleid van Rotterdam is te veel gericht op de grote instellingen en te weinig op de waardering van hen die de cultuur mogelijk maken, de kunstenaars. NAPK doet de belangenbehartiging van de podiumkunsten. Ze zien zichzelf als een aanjager van de verbetering van de marktpositie. Kunst ’92 heeft een agenda gemaakt voor de arbeidsmarkt. Ze zijn opgericht in de tijd van marktwerking en bezuinigingen. Ze zijn een brede organisatie voor kunst, cultuur en erfgoed. Ze nemen het op voor de jonge makers, die sterk onder druk staan. Vooral de middengroep heeft het meeste te lijden onder de marktwerking. De instelling maakte een ToDo-lijst van 21 punten. Bij elk punt werd een verantwoordelijke benoemd. Niet elke culturele instelling heeft voldoende geld om een volwaardig kunstenaarsloon te betalen.

Veranderende arbeidspositie

Ook bij de sector zelf ligt een verantwoordelijkheid. Vaak wordt onder de prijs gewerkt. De waarde komt niet bij de makers. Zo is een componist met zijn ensemble afhankelijk van de bezetting van de Doelen. Er zijn te weinig podia om naar uit te wijken. Daarnaast dwingt de overheid iedereen zzp’er te worden. Een muzikant vertelde dat door het gedwongen zzp’er-schap het salaris van creatievelingen is gehalveerd. Kunstenaars moeten koopman worden en werken zo op halve kracht aan hun echte taak, kunst scheppen. Een theaterstudent stelt dat hij bij zijn opleiding hier niet op voorbereid wordt. Daarom stelde hij voor om het vak ‘ondernemerschap’ in voeren bij de culturele opleidingen.

Mogelijke maatregelen

Naast de CAO is er nu ook fairpractise-code waar iedereen naar kan verwezen worden. Een drummer stelt dat er toch een minimumvergoeding moet zijn van 50 euro per uur. Een sopraan gaat ook niet onder de prijs werken. Ze is lid van de Facebookgroep ‘Eerlijk werk, eerlijk loon’. Ook stelt ze voor om de Mededingingswet voor de kunstsector aan te passen. Culturele zzp’ers worden gezien als ondernemingen die elkaar kunnen concurreren. Ze stelt dat hiervoor druk uitgeoefend moet worden op de parlementariërs voor betere richtlijnen op nationaal niveau.

Kunst en cultuur verarming in Rotterdam
Kunstenaars en bewoners zijn uit elkaar gedreven. Huizen van de wijk hebben geen artistieke programmering meer, bewonersinitiatieven en pleinactiviteiten zijn losgeweekt van kwaliteit en emancipatie.

Een andere aanwezige stelde voor om titel als ‘stadsschilder’ of ‘stadkunstenaar’ in te voeren, net als het reeds bestaande ‘stadsdichter’.

Gebrek aan financiën voor cultuur leidt tot vermindering van de vraag. Hierdoor is er veel te veel aanbod in vergelijking met vraag, met niet verkochte kunstwerken en niet uitgevoerde optreden als gevolg.

Na afloop van de bijeenkomst interviewden we de twee kunstenaars, Hans Van de Velde (kunstschilder) en Marcel Maurling (kunstfotograaf).

Hans en Marcel

Marcel was via een omweg terechtgekomen in de kunstsector. Via exposities in kraakpanden kwam hij in het toen opkomende Oude Noorden. Hij had een goed lopende winkel met vintage meubilair, gecombineerd met een atelier. Echter kwam Marcel na een verloop van tijd in de financiële moeilijkheden met zijn winkel en stond hij er alleen voor. ‘Zolang de kunstenaars belangrijk zijn om de buurt een beter imago te geven, worden ze op handen gedragen, maar zodra er problemen komen met de financiën geven de Woningbouwverenigingen niet thuis’, aldus Marcel.

Hans is een beeldend kunstenaar en ontwerper. Hij is al tientallen jaren actief in de Rotterdamse kunstsector. Ondanks dat Hans inmiddels op pensioen is, hengelt hij hier en daar nog een opdracht binnen. Door zijn jarenlange ervaring weet hij als geen ander hoe de sector in elkaar steekt.

We vroegen hen wat ze vonden van de bijeenkomst. Hans vond dat goede onderwerpen werden aangestipt, al is hij zelf geen vergaderdier. Kunstenaars zijn anders dan doorsnee ondernemers, ze hebben geen vaste omzet of voorspelbare afzet. Marcel kon zich wel vinden in de stelling dat in de huizen van de wijk de verbinding tussen kunst, bewoners en politiek is weggevallen. Marcel startte als kunstenaar zonder plan. In kraakpanden exposeerde hij. Eerst waren er veel mensen om hem te helpen, maar als het fout ging, gaf niemand meer thuis. Hij is teleurgesteld in de woningbouwvereniging, die toch een sociale en emancipatorische opdracht heeft. Vervolgens vroegen we wat er in de komende tien jaar in de sector moet veranderen. Hans antwoordt dat hij er niet echt over nagedacht heeft, maar hij vindt wel dat er een betere basis moet komen voor elke kunstenaar. Anders ga je terug naar de negentiende eeuw, pure armoe. Wij kunstenaars zijn geen ondernemers. Wij verkopen geen broodjes shoarma of overhemden. “Is het mogelijk om rond te komen als je je brood wil verdienen louter en alleen met kunst. Volgens Marcel ligt het heel erg aan wat voor soort kunst je maakt en waarin je handelt. Alleen met kunst rondkomen is volgens Hans onmogelijk, tenzij je in een heel goed milieu zit. Vroeger was het zo dat de overheid de kunstenaars ondersteunden. Nu moet je naast kunstenaar zijn, erg creatief zijn op andere vlakken en ‘veel likken’. ‘Wat kunnen we van jullie verwachten in de toekomst? Komen er exposities?’. Hans hoopt binnenkort wel te exposeren. Hij is momenteel bezig met nieuw werk, maar het zal omstreden zijn. Het is de kunst er een galerie voor te vinden. Marcel weet het niet. Zijn werk komt voort uit oplevingen. Hij reageert op gebeurtenissen uit de media. We zullen zien wat de toekomst brengt.

Kortom,

De kunstenaar is te veel in een marktpositie gebracht en dit gaat ten koste van zijn rol als bewustmaker en creatieveling. De politiek moet zich realiseren dat de kunstsector niet is zoals alle andere sectoren. Kunstenaars hebben niet alleen een andere marktpositie dan een schoenenverkoper, maar ook spelen ze een belangrijke rol in het positieve veranderingsproces van buurten. De politiek dient dit te waarderen en niet te misbruiken. Dus wat de rol van de PvdA na 21 maart ook zal zijn, in het college of in de oppositie, de partij dient hiervan een speerpunt te maken.

 

Op naar de stembus!

Reda de Meyer

Categorieën: Uncategorized

Doe mee

De Jonge Socialisten in de PvdA is de politieke jongerenorganisatie van de Partij van de Arbeid. Voor slechts €5 ben je een jaar lid!

Ik wil lid worden!
Ik wil meer weten
Jonge Socialisten in de PvdA